Archive for the ‘Vlaams Parlement’ Category

LDD Ninove: ‘ Sluipende besluitvorming betreffende sneltramverbinding Ninove-Brussel ‘

Op 21 april jl. publiceerde LDD Ninove een persartikel betreffende

‘ Sluipende besluitvorming betreffende sneltramverbinding Ninove-Brussel ‘

Daarin uitte LDD Ninove enige bezorgdheid over dit plan van De Lijn maar ook over tal van consequenties welke deze sneltramlijn met eindbestemming Ninove op termijn teweeg kunnen brengen. Een vlugge opsomming :

  • Halvering wegcapaciteit en monsterfiles door verkeersstremming vanuit Zuid Oost-Vlaanderen richting Brussel met massaal sluipverkeer tot gevolg
  • Verfransing en verstedelijking van de stad Ninove
  • Ninove als aantrekkingspool voor steunzoekers
  • Migratie van tal van nationaliteiten naar Ninove
  • Hogere prijzen voor huizen en gronden in de regio ten nadele van de Ninoofse bevolking
  • Toenemende criminaliteit
  • Enz.

Op initiatief van LDD Ninove stelde Oost-Vlaams LDD-parlementslid Patricia De Waele een parlementaire vraag aan de bevoegde Vlaamse minister Hilde Crevits.

Parlementaire vraag Patricia De Waele ( Vlaams parlementslid LDD )

Twee jaar geleden, in april 2009, stelde De Lijn haar mobiliteitsplan 2020 voor. Dit mobiliteitsplan voorziet in een uitgebreid aanbod aan openbare vervoersmogelijkheden, waarbij vooral geïnvesteerd wordt in “lightrail”- en sneltramverbindingen. De aanleg van deze trein- en tramverbindingen zal zowel op korte als op lange termijn voor de nodige hinder zorgen.

  1. Acht de minister de realisatie van betreffende verbinding überhaupt opportuun, rekening houdende met de kostprijs, daar trams vooral een intrastedelijk (en geen interstedelijk) vervoermiddel zijn?
  1. Graag concrete informatie over de stand van zaken. Hoever staat de planning voor de realisatie ervan? Hoeveel bedraagt de kostprijs en wat is de geplande duur van de werken?
  1. Waar komen de sneltrambeddingen te liggen op/naast de Ninoofse Steenweg? Hoe voorziet de minister voldoende doorstroom van auto’s tijdens en vooral na het aanbrengen van de sneltrambeddingen? Zorgt het plaatsen van sneltrambeddingen op de weg niet voor een flessenhals?
  1. Wat is de geschatte tijdwinst voor het traject Ninove-Brussel voor sneltramgebruikers ten opzichte van autobestuurders?
  1. Zijn er – naast de sneltram – nog andere initiatieven in de running die de bereikbaarheid van Brussel (vanuit regio Ninove) zouden verbeteren?

Eerder deze week werd ons door de bevoegde minister een schriftelijk antwoord toegestuurd dat luidt als volgt :

hilde crevits

vlaams  minister van mobiliteit en openbare werken

antwoord

op vraag nr. 997 van 21 april 2011

  1. Ik verwijs hiervoor naar de, door de Vlaamse Regering goedgekeurde, ontwerpbeheersover­eenkomst 2011 – 2015 van De Lijn :

De Lijn start in elke entiteit met minstens één project van hoogwaardig spoorgebonden openbaar vervoer. Dit gebeurt volgens de prioriteiten vastgesteld in potentieelonderzoeken, rekening houdend met het maatschappelijk draagvlak en getoetst aan de resultaten van een Maatschap­pelijke Kosten / Batenanalyse in het voor de betrokken projecten(clusters) relevante studiegebied. (Acties 3, B2) (Resolutie 18). Daarom begint ze ten laatste in 2011 met de voorbereidende studies en aansluitend de vergunningentrajecten.”

  1. De voorbereidende studie zal dit jaar worden opgestart en het resultaat ervan zal, volgens de huidige planning, ten vroegste in 2013 bekend zijn. Pas daarna kan er beslist worden en zal er zicht zijn volgens welke timing de tramverbinding gerealiseerd kan worden. Zoals bepaald in de, door de Vlaamse Regering goedgekeurde, ontwerpbeheersovereenkomst 2011 – 2015 van De Lijn zal dit gebeuren volgens de prioriteiten vastgesteld in potentieelonderzoeken, rekening houdend met het maatschappelijke draagvlak en getoetst aan de resultaten van een Maatschappelijke Kosten/Batenanalyse in het voor de betrokken projecten(clusters) relevante studiegebied.

Er is nog geen financieringsplan opgemaakt voor het tramproject. Gelet op de stand van zaken in dit project is het niet mogelijk om een goede raming van het project te geven.

  1. Het is voorbarig om nu al over de mogelijke ligging en inplanting van de tramsporen een uitspraak te doen. Hiervoor dient eerst het resultaat te worden afgewacht van de voorbereidende studie. Het resultaat hiervan wordt verwacht begin 2013.
  1. De exacte tijdswinst zal afhankelijk zijn van welk tramtraject kan worden uitgebouwd.
  1. De Lijn meldt dat het volledige projectplan “Vlaams-Brabant in Beweging” te vinden is op de website van De Lijn: http://www.delijn.be/images/toekomstplan_lowres_tcm7-17444.pdf

Betreffende de realisatie van de projecten uit de mobiliteitsvisie 2020 (waarvan het projectplan “Vlaams-Brabant in Beweging” een onderdeel van is), verwijs ik naar de, door de Vlaamse Regering goedgekeurde, ontwerpbeheersovereenkomst De Lijn 2011-2015 (blz. 8, 9 en bijlage X) en naar de bespreking in de commissie van Mobiliteit en Openbare Werken van 13 januari 2010.

LDD Ninove stelt vast het plan ‘De Potentiële Mobiliteitsvisie 2020’ voorziet dat er dagelijks 9370 reizigers zullen pendelen langs het traject Brussel-Ninove.

Er vanuitgaand dat deze cijfers realistisch zijn betekent dit dat de wegcapaciteit van de verbindingsweg Ninove-Brussel wordt gehalveerd en immense parkeeraccommodatie onontbeerlijk zal zijn dichtbij een eindstation in de omgeving van het kruispunt De Tramstatie. Ongetwijfelt zorgt dit voor bijkomende  overlast op Ninoofs grondgebied.

Het feit dat  ‘De Potentiële Mobiliteitsvisie 2020’, buiten de verstedelijkte gebieden  enkel stopplaatsen voorziet in iedere ( grotere ) kern of deelgemeente ontneemt de pendelaars hun vertrouwde bushaltes en verplicht hen tot verdere verplaatsingen.

Bovendien wordt in ‘De Potentiële Mobiliteitsvisie 2020’ van De Lijn ook duidelijk gemaakt dat in geval van een sneltram, buiten de verstedelijkte gebieden, deze enkel de belangrijkste haltes aandoet in iedere ( grotere ) kern of deelgemeente. Dit wil ook per definitie zeggen dat pendelaars hun vetrouwde opplaatsen of bushaltes mogelijks zien verdwijnen en in het slechtste geval in een nabij gelegen gemeente de sneltram zullen moeten nemen.

In een eerder gevoerde studie in 2005 over nieuwe busbanen langs de N8, had men al een bijkomende studie bevolen over de voor- en nadelen van de geplande herinrichting van de gewestweg ter hoogte van Schepdaal en Ninove.

De geplande herinrichting van de Ninoofsesteenweg voorzag accommodatie voor de zachte weggebruiker en aparte autobusbanen. De omwonenden van de N8 en de desbetreffende gemeentebesturen vreesden toen al voor verkeersoverlast op dit traject.

De bewoners dachten daarbij aan een toename van het sluipverkeer en de verminderde handelsactiviteit op de N8. Dit alles voor een beperkte tijdswinst voor de gebruiker van openbaar vervoer.

Ldd Ninove vreest ook dat, indien men ooit de zwakke weggebruiker vrij liggende fietspaden en brede voetpaden wil aanbieden langs de N8, een verlaging van de wegcapaciteit in ieder geval een automatisch gevolg zal zijn “.

Bovendien zal de doorstroming voor de linksafslaande voertuigen door het principe van aparte, beveiligde linksafstroken aan kruispunten langs de N8 er door de snelle tramverbinding zeker niet makkelijker op worden.

Een digitale poll via een plaatselijke krant zou wellicht meer duidelijkheid kunnen scheppen omtrent het denkpatroon van de  Ninoofse bevolking inzake de sneltramverbinding  Ninove -  Brussel.

LDD Ninove zal echter niet nalaten in de toekomst dit mobiliteitsplan met argusogen te volgen en de Ninoofse burger op de hoogte te houden van de verdere ontwikkelingen ervan.”

Wim Van De Wiele

Voorzitter LDD Ninove

0478 90 44 20

Weekendverblijven

Eind juni besprak het Vlaams Parlement een nieuw decreet over de weekendverblijven. Dit decreet bepaalde dat mensen die in een weekendverblijf wonen op permanente basis hun woonrecht verliezen op het moment dat ze een hen toegewezen sociale woning weigeren. Deze sociale woning hoeft echter niet afgestemd zijn op hun gezinssituatie.

Ikzelf legde ook een voorstel van decreet neer om deze discriminatie van mensen die in een weekendverblijf wonen te stoppen.

Het werd verworpen door de partijen: CD&V, N-VA, SPA, Groen! en OpenVLD.

Lees meer: http://patriciadewaele.typepad.com/patricia-de-waele/weekendverblijven

22/12/2010: Toespraak bij de bespreking van de beleidsbrief Wonen

Eigen verantwoordelijkheid

Wonen behoort in de eerste plaats tot de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Wanneer onze bevolking hier niet in slaagt dan is het in Vlaanderen de overheid die een handje helpt zodat iedereen een dak boven zijn hoofd heeft.

Dit is de logica van het woondebat.

Fiscaliteit

Het is in de eerste plaats aan ons om ervoor te zorgen dat een huis verwerven zo gemakkelijk mogelijk moet worden gemaakt. Helaas, dit is in Vlaanderen niet zo….

Een recent verschenen artikel uit het Economisch Tijdschrift van de Nationale Bank toont dit aan. In dit artikel konden we lezen dat volgens een studie van de European Mortgage Federation uit 2010 de heffingen op de aankoop van een woning in verhouding tot de totale aankoopprijs nergens hoger is dan bij ons.

Het wordt dus tijd dat we in Vlaanderen de betaalbaarheid van de eigen woning gaan ondersteunen. Het opnieuw verlagen van de registratierechten – liefst tot minstens het Europees gemiddelde – is daarbij een eerste stap. Niet zoals enkele fracties in dit halfrond zeggen om dit enkel te doen voor mensen die in de stad wonen, maar wel degelijk voor iedereen!

Het afschaffen van de onroerende voorheffing op de eigen woning past hier ook in, wonen goedkoper maken. Als wonen in Vlaanderen duur is, is dit zeker zo omdat het de overheid is die via belastingen te inhalig is. Het is tijd om dit belastinggeld terug te geven aan de rechtmatige eigenaar, zodat de Vlamingen kunnen voorzien in een eigen woning en dat ze zelf meer van hun zuurverdiende centen overhouden omdat te spenderen volgens hun noden en verlangens.

Private woonsector

Als we over het beleidsdomein wonen spreken, spreken we hier te weinig over de private sector. We zullen de problemen die we kennen in Wonen enkel oplossen als we de private sector volop betrekken in het formuleren van oplossingen. In de private huursector wil dat zeggen dat we de verhuurders niet van de markt mogen verdringen.

Wanneer de overheid dit wel doet, zal dit verder leiden tot een verschraling van het huuraanbod en tot het aandikken van wachtlijsten.

De minister zegt terecht in haar beleidsbrief dat ze de private huurmarkt nieuw leven in wil blazen, maar focust hier vooral op preventie van uithuiszettingen, een belangrijk probleem. Maar men zal vooral de overregulering vanwege de overheid aan banden moeten leggen.

Het idee van de richthuurprijzen bijvoorbeeld, zend een nefast signaal uit naar iedereen die wil investeren in de private huursector. Het zal immers een overheidsambtenaar zijn die de huurprijs zal bepalen. Want laat ons elkaar geen Liesbet noemen; dit is gewoon een middel om de prijs te proberen reguleren. Elk handboek economie zal u leren, als de overheid prijzen reguleert op de private huurmarkt, dit leidt tot een daling van het aantal huurwoningen en een bloei van de zwarte markt. En als het niet tot dat leidt, zal het leiden tot een verdere verschraling van de huurmarkt, eigenaars die nu verhuren zullen hun huis verkopen. De Vlaamse Regering kan zich dan opnieuw afvragen hoe het komt dat de wachtlijsten voor sociale woningen explosief zullen stijgen.

Huursubsidie

Wij zijn wel tevreden, niet enthousiast, over het feit dat de Vlaamse Regering bijna 12 miljoen euro vrij maakt voor de uitbreiding van de huursubsidie. Er zal nu ongeveer 32 miljoen euro gaan naar huursubsidie. Hiermee zullen een goede 13.000 mensen in staat zijn om 200€ per maand te ontvangen om te investeren in woninghuur.

Het uitbreidingsbeleid van deze Vlaamse regering zal ervoor zorgen dat een kleine 5.000 mensen zal kunnen genieten van de tegemoetkoming voor kandidaat-huurders. (200€ per maand)

Het was beter geweest om de huursubsidie inkomensgerelateerd te maken, dit zou het verschil tussen de gevraagde huur en de inkomenscapaciteit van de huurder wegnemen. Het zou ook kunnen aangewend worden om ervoor te zorgen dat een tijdelijke terugval in inkomen zou kunnen worden opgevangen.

Sociale woonsector

Tot slot, de sociale woningsector. Er zijn meer dan 60.000 wachtenden.

Vanuit de meerderheid wordt ons dikwijls de vraag gesteld – bijvoorbeeld als het gaat over het inkomensgerelateerd maken van de huursubsidie – hoe gaat u dat betalen? Wel, wat wij niet zouden doen is het bouwen van bijkomende sociale koopwoningen. Een sociale koopwoning alsook een sociale kavel is als het ware een winnend lot van de loterij. Het is daarnaast duur voor de gemeenschap en lost het woonprobleem niet op. De regering moet daarom in de sociale woonsector maximaal inzetten op sociale huurwoningen. Maar vooral op het veralgemeend invoeren van een inkomensgerelateerde huursubsidie.

Daarnaast ook inzetten op de renovatie van sociale woningen, maar zeker en vast de leegstand in de sociale woonsector aanpakken. Nog altijd staan te veel sociale woningen leeg. De situatie verbeterd, maar er is nog veel werk.

De minister wil via het Grond- en Pandendecreet 64.000 sociale wooneenheden realiseren tegen 2020. Het is ambitieus, waarschijnlijk té ambitieus. Ik ben benieuwd hoe men in 2020 hier in dit Vlaams Parlement zal aankijken tegen deze aangegane verbintenis.

Het zal waarschijnlijk gaan zoals de meeste overheidsplannen, hoe meer de plannen falen, hoe meer de planners plannen.
Patricia De Waele

Regionalisering huurwetgeving zegen voor LDD

Vlaams minister van wonen, Freya Van Den Bossche, blijkt voorstander van de regionalisering van de federale huurwetgeving. Op zich is dit geen slechte zaak voor Vlaanderen, maar LDD huivert bij de manier waarop de minister haar nieuwe bevoegdheden wil invullen.
 
Patricia De Waele (LDD), Vlaams Volksvertegenwoordiger: “De regionalisering zou een zegen kunnen zijn, omwille van het grote aantal tekortkomingen in de huidige huurwetgeving die de verhuurder momenteel afschrikt om nog verder te verhuren. We merken immers een grote verschraling van de private huurmarkt die hoofdzakelijk te wijten is aan de beperkte bescherming van de verhuurder.”
 
Volgens Patricia De Waele dient men te vertrekken vanuit het gezonde standpunt dat een minimaal rendement voor de private eigenaar noodzakelijk is. Als dit rendement in het gedrang komt of zelfs negatief wordt, verliest de eigenaar logischerwijze elke reden om op de privé-markt te verhuren. Daardoor wordt het voor de huurders steeds moeilijker om een geschikte woonst te vinden.
 
Patricia De Waele: “In de huidige huurwetgeving staat de bescherming van de huurder centraal. Het wantrouwen bij de privé-eigenaar neemt jaar na jaar toe omwille van het risico van wanbetaling of onzorgvuldig onderhoud door de verhuurder.”
 
Daarnaast heeft de privé-eigenaar te kampen met overreglementering. Te pas en te onpas vaardigt de overheid nieuwe reglementen uit, legt ze nieuwe kwaliteitseisen op, stelt ze de huurwaarborgen in vraag of wil ze zelfs de huurprijzen vastleggen. De overheid bepaalt dus meer en meer wie en aan welke voorwaarden in een eigendom mag komen wonen. In geval van een huurgeschil trekt de huiseigenaar dan ook meer en meer aan kortste eind.
 
Patricia De Waele: “Indien de huurwetgeving effectief geregionaliseerd zou worden, dan moet de Vlaamse overheid initiatieven nemen om het wantrouwen bij privé-eigenaars weg te nemen. Dit is – gezien de lange wachtlijsten voor sociale woningen – nodig om op korte termijn iedereen aan een aantrekkelijke woonst te helpen.”

 

 

 

 

 

Boudewijn Bouckaert Commissievoorzitter Onderwijs in het Vlaams Parlement

Boudewijn Bouckaert is vandaag verkozen tot nieuwe voorzitter van de commissie onderwijs van het Vlaamse Parlement.
Het Wetterse kopstuk van Lijst Dedecker is opgetogen met deze nieuwe functie.
‘De commissie onderwijs zit vol mondige mensen, het is aan mij om te bewijzen dat ik alles in goede banen zal kunnen leiden’, zegt de hoogleraar rechtsgeleerdheid.
‘Voor een nieuwkomende partij als LDD is dit ook een ferme opsteker. Wij zullen proberen onze visies op het onderwijs,
die nogal afwijken van de traditionele partijen, door te drukken.Wij pleiten voor een sterke herwaardering van het technisch en beroepsonderwijs want onze economie heeft nood aan goede technici.
Vandaag wil het gros van de ouders hun kinderen sowieso in het ASO droppen.
Als dat niet lukt, is het TSO of BSO een noodgedwongen tweede keus. En dat is niet correct.
Wij willen jongeren stimuleren om meteen voor een technische opleiding te kiezen.

Verder zijn wij voorstanders van een onderwijs waarin discipline heerst.
Die discipline moeten vanuit de directies vertrekken. En wij willen ook een compleet verbod van hoofddoeken op school.
LDD bekijkt hoe we dat juridisch kunnen regelen, zodat de druk bij de individuele scholen wordt weggehaald.’

 

Bouckaert zal eind september de commissie voor het eerst leiden.

Tekst Peter Dirix Nieuwsblad Wetteren
Boudewijn Bouckaert met dochtertje Emma

Nieuwsbrief

Oost Vlaamse Events
meld hier uw event